Ik ben getrouwd en heb daarnaast een vriendin. In volledige openheid met en enthousiaste instemming van mijn vrouw. Sinds de relatie met mijn vriendin is de relatie met mijn vrouw, die altijd al uitstekend was, alleen nog maar versterkt en verdiept.
Mijn christelijke doopceel: opgegroeid als trouwe katholiek, wekelijks kerkbezoek, misdienaar. Sinds mijn studententijd aangesloten bij een oecumenische studentenkerk. Daar heb ik heel lang meegedaan met de liturgievoorbereiding. Nu treed ik af en toe op als lekenpredikant. Ik geef grif toe dat ik uiterst vrijzinnig ben en dat ik niet de ‘gemiddelde’ christen vertegenwoordig. Maar wie kan dat wel?
Het ontgaat mij uiteraard niet dat er maatschappelijk, en vooral vanuit christelijke hoek, weinig goedkeuring bestaat voor een nonmonogame levenswijze. Zo ook weer in de aanloop naar de laatste verkiezingen. Naar mijn mening kan echter nonmonogamie in de vorm van polyamorie uitstekend gecombineerd worden met een christelijke overtuiging. Voor alle duidelijkheid: polyamorie is het openstaan voor meer dan één liefdesrelatie, waarbij ruimte is voor seksualiteit, met medeweten en instemming van alle betrokkenen.
Ik ben christen en ik ben polyamorist. Voor mij gaan deze twee identiteiten uitstekend samen. Mijn argumentatie rust op twee pilaren, gevormd door mijn lezing van de bijbel en met name de evangeliën, voor mij de kern van de bijbel.
Punt 1: De kernboodschap van Jezus is, naast de liefde voor God, de liefde voor onze naasten. Jezus doelt natuurlijk helemaal niet alleen op liefdesrelaties maar tegelijkertijd sluit hij dat ook nergens uit. Ik lees in de evangelieën nergens dat het op een respectvolle manier houden van meerdere mensen niet zou kunnen. Ik kan mij zelf daarnaast erg herkennen in Levinas, die uitlegt dat het aloude ‘Heb U naaste lief gelijk Uzelf’ uit het Hebreeuws evengoed vertaald kan worden als ‘Heb U naaste lief, want die liefde, dat ben jij’. Met andere woorden: de liefde is het fundament voor ons bestaan. Dat weer verder doortrekkend betekent voor mij: hoe meer ik lief heb, hoe meer, hoe intenser ik besta. En om er weer een religieuze draai aan te geven: Ubi caritas at amor, Deus ibi est. Ik vertaal dat in hoe meer ik liefheb, hoe meer God aanwezig is. Een vaak gehoord verwijt of angst is dat als je meer van de één houdt dat je dan ‘dus’ minder van de ander houdt. Voor een monogame geest lijkt het moeilijk voor te stellen maar polyamoristen ervaren dat heel anders. Het kan écht voelen zoals met je kinderen: van de tweede hou je echt niet minder dan van de eerste en omgekeerd. Een gevleugeld gezegde onder polyamoristen is dan ook “Liefde delen is vermenigvuldigen”. Dat geldt niet alleen voor brood en vis. Het Jezus dát nou maar wat duidelijker gezegd tijdens zijn bergrede :-).
Het bovenstaande gaat nog niet over seks. De realiteit is dat we helemaal niet weten wat Jezus daar nu precies van vond. Over het seksleven van Jezus staat niks geschreven, niet dat hij wel seks had, ook niet dat hij het afzwoer. Er zijn natuurlijk genoeg speculaties over zijn eventuele relatie met Maria Magdalena, die zelf bepaald niet onschuldig geweest zou zijn. Maar goed, dat zijn speculaties. Er is natuurlijk het veelgeciteerde stuk uit Matteüs 5. Dat gaat echter over overspel en echtbreuk, niet over seks. Polyamoristen zijn net zo trouw als monogamisten. Alleen betekent het woord ’trouw’ voor polyamoristen niet ‘exclusiviteit’ maar verantwoordelijkheid, respect en verbinding. Polyamorie gaat over ethische liefdesrelaties met meerdere mensen, waarin ruimte is voor seksualiteit, met instemming van alle betrokkenen. Het gaat NIET over vreemdgaan, ontrouw, echtbreuk, overspel of losbandige seks. Je zou kunnen zeggen dat het gaat om ‘vastbandige’ seks.
Mijn tweede punt: Buiten de evangeliën wordt er vooral door Paulus inderdaad een moralistischer toon aangeslagen. Nu moet alles wat Paulus schrijft natuurlijk in het licht gezien worden van de politieke context waarin hij opereerde. Maar goed, hij heeft het wel geschreven en zijn brieven zijn uiteindelijk opgenomen in het Nieuwe Testament. Veel andere teksten, die we nu apocrief noemen, niet. De bijbel zoals we hem nu kennen is pas ca. 400 jaar na Christus tot stand gekomen. Vervolgens is die nog 1600 jaar lang van commentaren en katechismussen voorzien. Dat is dus 2000 jaar van mensenwerk om de in wezen heel simpele boodschap van Jezus in een theologisch en moralistisch kader te gieten. En vandaag zijn er velen die op basis daarvan gewapend met teksten en geboden hun gelijk proberen te halen.
Maar wat zou Jezus daar eigenlijk van vinden? Jezus stond zelf in een millenia-oude traditie van Joodse teksten en wetten. De farizeërs en schriftgeleerden waren de hoeder daarvan. De evangelieën staan vol van verhalen waarin zij Jezus een wet voor de voeten werpen die hij zou minachten. Keer op keer pareert Jezus dat door te benadrukken dat niet het gaat om de strikte regels maar om de naastenliefde. Balken, splinters en het werpen van eerste stenen. Hoeren en tollenaars kunnen op zijn liefde rekenen. Voor Jezus zelf was de waarheid van de wetten relatief en ondergeschikt aan de liefde. Ubi caritas et amor, Deus ibi est. Ik zie in Jezus in vrijdenker, die tegen de stroom van versteende wetten in terug wilde naar de basis, de kern: de liefde. Dat heeft hij volgehouden en dat heeft hem zijn leven gekost. Als we ons nu, 2000 jaar later, wederom in de fuik laten vangen van een absoluut gelijk, dat gebaseerd is op interpretaties van versteende teksten, dan is hij voor niets gestorven.

