
Six shades of green – de ene jaloezie is de andere niet
Jaloezie: je maag in de knoop want je geliefde heeft nieuwe vlam. Hoe gaat die date aflopen? Vertelt hij/zij wel alles? Ga jij op de tweede plaats komen? Een Groen Monster staart je aan vanuit het lege bed naast je….
Ook polyamoristen zijn gewone mensen en zijn niet immuun voor jaloezie. En als je er zelf al weinig last van hebt dan misschien een partner wel. Of anders zal je monogame omgeving je er wel fijntjes aan herinneren dat je toch niet normaal is om niet jaloers te zijn als je partner het bed deelt met een ander.
Tussen polyamoristen is meestal het advies dat je jaloezie moet accepteren als een heel gewone emotie die ‘er mag zijn’ maar die je niet met je op de loop moet laten gaan. Simpel gezegd maar hoe doe je dat??? Dat is echt niet altijd eenvoudig. Wat voor de één helpt, kan voor de ander soms helemaal niet werken. Ieder mens is anders. Maar….. als je er in duikt blijkt ook iedere jaloezie anders te zijn. Van situatie tot situatie en van mens tot mens kan jaloezie in een andere vorm opduiken. Jaloezie is een monster met verschillende groene koppen. Elke kop moet je op een andere manier aanpakken. We gaan op onderzoek wat jaloezie eigenlijk is.
Van Dale zegt:
Jaloezie:
1: knagend gevoel van verdriet of spijt om het goede dat de ander heeft, krijgt, kan of weet te bereiken terwijl men het zelf zou willen hebben, krijgen, kunnen bereiken enz.
2: minnenijd
(We laten de betekenis ‘zonnescherm, bestaande uit houten of kunststof stroken’ maar even buiten beschouwing…).
De eerste betekenis gaat vooral over ‘bezit’ of ‘status’. Het fraaie ‘minnenijd’ gaat, per definitie, over de liefde. Maar wat is dat ‘minnenijd’ dan precies?
Zes soorten jaloezie
Het onderstaande is een vertaling van een fragment uit Polyamory in the 21st Century van Deborah Anapol. Zij baseert zich op haar beurt op The New Intimacy van Ron Mazur,een voormalig geestelijke en sekstherapeut. Tristan Toarmino heeft in haar boek Opening Up een heel vergelijkbaar stuk opgenomen, ook gebaseerd op het werk van Mazur. Mazur heeft onderscheidt vijf soorten van jaloezie (of ‘minnenijd’). Aan het einde van het artikel stip ik nog een mogelijke zesde vorm aan.
Exclusief bezit
Bij jaloezie denken we snel aan ‘bezitsjaloezie‘: ander heeft wat of dreigt wat te krijgen dat jij graag wilt hebben. Dat komt overeen met de eerste betekenis die van Dale geeft. Niet alle jaloezie is echter bezitsjaloezie, hoewel dit soms wel zo lijkt, want dit is de meest dramatische uiting van jaloezie. Soms leidt die zelfs tot huiselijk geweld. De klassieke houding is, “Ik hou zoveel van je, ik zou liever sterven of jou dood zien dan weten dat je van iemand anders houdt.” Bezitsjaloezie wordt veroorzaakt als je voelt dat het exclusieve bezit bedreigt wordt van iets dat je lief hebt, je partner: “Jij bent van mij en iedereen blijft met z’n handen van je af!” Deze vorm van jaloezie steekt vaak als eerste de kop op bij een eventuele monogame partner. Eerlijk gezegd is deze vorm echter niet het grootste probleem tussen polyamoristen onderling. Immers, het delen van liefde en partners is de grondslag van polyamorie. Iemand die sowieso daartoe niet bereid is zal zich niet gauw op het pad van consensuele nonmonogamie begeven.
Angst voor verlies
Bezitsjaloezie moet niet verward worden met angstjaloezie, die in polyamoureuze relaties wél vaak voorkomt. Hier speelt de zorg dat je je partner kwijtraakt aan iemand anders. Beelden van afwijzing, eenzaamheid en schaarste versterken vaak de primaire angst voor verlies. De trigger voor dit soort jaloezie kan elk signaal zijn dat je partner de voorkeur zou kunnen geven aan iemand anders boven jouzelf. Dit in tegenstelling tot bezitsjaloezie, waarin aantrekkingskracht alléén al het probleem is. Bij angstjaloezie zijn andere relaties van je partner niet bedreigend zoláng er maar het vertrouwen is dat je niet ingeruild wordt. De onuitgesproken veronderstelling is hier dat seks met een nieuw iemand sneller kan leiden tot verliefdheid, wat dan weer ten koste zou kunnen gaan van de liefde voor een bestaande partner, die dan zou kunnen vertrekken. In feite kan dit gelden voor zowel monogamisten of polyamoristen. Angstjaloezie kan, althans tijdelijk, verlicht worden door het hernieuwd of extra investeren in een diep gevoeld onderling vertrouwen en wederzijdse betrokkenheid. Op de lange duur is dat echter niet voldoende. De pijn van angstjaloezie heeft heel weinig te maken met de aanwezigheid van een derde andere geliefde en of er nu wel of seks in het spel is. Je kunt je geliefde evengoed verliezen door een plotselinge dodelijke ziekte of een ongeval. De boodschap van angstjaloezie is dat je meer afhankelijk bent geworden van je partner dan dat je jezelf vertrouwt voor je veiligheid en eigenwaarde. Het is zaak de tijd te nemen om je eigen kracht te leren voelen, ondersteuning bij anderen te vinden en je te concentreren op het huidige moment in plaats van je zorgen te maken over verleden of toekomst.
Concurrentie
Bij concurrentiejaloezie kan angst voor verlies ook aanwezig zijn maar het voornaamste probleem is dat de jaloerse persoon zichzelf blijft vergelijken met een andere of potentiële minnaar en zich ontoereikend voelt. De trigger is de gedachte dat “ik ben niet goed genoeg” of kortweg “Ik ben niet genoeg”. Dit gevoel vindt vaak zijn oorsprong in de jeugd en wordt geactiveerd door de huidige omstandigheden. De geruststelling dat een partner je niet zal verlaten helpt niet veel om je eigen gevoel van onwaardigheid te verminderen. Deze jaloezie nodigt je uit om door je eigen verhaal van “niet goed genoeg” heen te kijken. Het kan helpen om kennis te maken met de andere minnaar en zo de illusie te helpen verdrijven de illusie dat die ander zo superieur is. Dat blijkt dan ook gewoon een mens. Soms kan dit concurrentiejaloezie getemperd worden door de jaloerse persoon inspraak te geven in welke partners wel en niet acceptabel voor hem of haar zijn.
Trots
Egojaloezie is bijna het tegenovergestelde van de concurrentiejaloezie. Bij dit soort jaloezie kan de intensiteit van jaloezie juist versterkt in plaats verminderd worden als de andere minnaar op een of andere manier als onwaardig of onaangenaam wordt ervaren. Het onderliggende probleem is dat je je drukt maakt over wat anderen zullen denken. Als jouw partner een relatie heeft met een aantrekkelijke minnaar, straalt dat naar jouw gevoel ook op jou af, althans in polyamoreuze kringen. Als die minnaar van wat minder aantrekkelijk zou zijn, kan het voor een persoon met egojaloezie nog de relatie nog acceptabel, zolang maar niemand anders er van weet over de situatie. Hij of zij is echter bang om door anderen als minder of zwak beoordeeld te worden. Dit soort jaloezie wordt altijd getriggerd door de angst om door anderen in een negatief daglicht gezien te worden. De kern van deze vorm van jaloezie is trots. Oppervlakkig valt die eenvoudig te beheersen door afspraken te maken over bijvoorbeeld openbare verschijningen. De echte boodschap is echter te leren om jezelf en je eigen kwetsbaarheid lief te hebben en te accepteren en het cultiveren van een zekere vorm van nederigheid.
Schaarste
Schaarstejaloezie* komt veel voor onder polyamoristen. Net als egojaloezie, mensen ontkennen vaak dat deze variant iets met jaloezie te maken heeft maar de effecten en het bijbehorend gedrag zijn vaak niet te onderscheiden van andere vormen van jaloezie. Het probleem is niet om een partner te delen maar bang zijn dat anderen dat op hun beurt niet gaan doen met jou en dat je vervolgens aan het kortste eind trekt. Dat gevoel uit zich soms in claimend gedrag of in de wens om altijd alles samen te willen doen en moeite te hebben met aparte activiteiten. Schaarstejaloezie wordt getriggerd wanneer de jaloerse persoon voelt dat hij of zij wordt buitengesloten van het plezier of niet evenveel tijd en aandacht krijgt. Dit soort jaloezie kan vooral heel intens zijn als een nieuwe en opwindende geliefde in het leven van je partner is gekomen, de beroemde of beruchte NRE, new relationship energy. Op zo’n moment kan het gevoel van verwaarlozing heel sterk zijn. Gelukkig is NRE weliswaar soms heel bedwelmend maar altijd tijdelijk. Een partner kan zich wel even mee laten slepen maar komt uiteindelijk altijd weer bij zinnen. Een lange-termijn partner heeft een geschiedenis van betrokkenheid en loyaliteit die geen nieuwkomer kan evenaren. Het vraagt enige kracht en de bereidheid om de controle over te geven maar dat is wat op zo’n moment even nodig. Soms kan het helpen om af te spreken afspraken andere geliefden op hetzelfde moment te plannen en op andere momenten quality time met elkaar te hebben.
Gebrek aan openheid
Het bovenstaande is een (slechts licht bewerkte) vertaling uit het boek van Anapol. Zelf vind ik deze analyse erg verhelderend, alhoewel ik me niet bewust van voorbeelden van egojaloezie in mijn omgeving. Ik meen echter een zesde emotie te missen in het rijtje die je misschien ook als jaloezie kun betitelen: communicatiejaloezie. Communicatiejaloezie ontstaat wanneer één van beide partners een gebrek aan communicatie en openheid bij de ander ervaart, vooral wanneer er een (mogelijke) nieuwe partner in het spel komt. Je kunt je buitengesloten voelen en/of van de ander onoprecht vinden. In tegenstelling tot de bovenstaande vormen van jaloezie gaat het niet om de komst van de nieuwe partner zelf maar over de manier waarop daarover gecommuniceerd wordt. Niet iedereen vindt daarom dat je communicatiejaloezie als ‘jaloezie’ moet betitelen. Echter, als je bij je partner deze emotie ervaart kan het wel degelijk hetzelfde aanvoelen als andere vormen van jaloezie.
Hoe ontstaat communicatiejaloezie? De ‘zender’ kan inderdaad wat te verbergen hebben. Binnen de context van polyamorie is dat natuurlijk niet acceptabel. Zonder openheid en eerlijk is polyamorie onmogelijk. Kaarten op tafel en vertrouwen herstellen is de enige remedie. Een andere mogelijkheid is dat simpelweg de communicatiebehoeften verschillen en dat de ‘zendende’ partner gewoon nog niet doorheeft dat de ‘ontvangende’ partner meer, andere of eerdere informatie. De remedie tegen communicatiejaloezie is eigenlijk heel simpel: brute eerlijkheid. Niets verbergen, alles op tafel leggen, ook die zaken waarvan je als ‘zender’ denkt dat ze ofwel lastig liggen ofwel onbelangrijk zijn. Luister naar de ‘ontvanger’ welk soort informatie die belangrijk en welke minder. Het is niet altijd eenvoudig om een klimaat te creëren waarin brute eerlijkheid kan gedijen. De ‘zender’ moet zich volledig bloot durven geven en de ‘ontvanger’ moet de mogelijk pijnlijke informatie respectvol kunnen ontvangen en niet onmiddellijk in de veroordeling of verdediging schieten. Met liefde en oefening kan het echter prima lukken.
Projectie
Het bovenstaande is natuurlijk een vrij theoretisch. De gesuggereerde remedies lijken plausibel maar lukken niet vanzelf en vormen meer een proces dan kant en klare oplossingen. Wat ik zelf echter ervaren heb is dat het pure inzicht dat er meerdere vormen van jaloezie zijn in zichzelf al erg kan helpen. We hebben allemaal onze eigen sterktes, zwaktes, karaktertrekken. We zijn daarom allemaal ons eigen ‘jaloezieprofiel’. Meer of minder jaloezie maar ook in verschil voor wélke vorm je gevoelig bent. Wanneer je bij een partner jaloezie meent te bespeuren is een eerste reactie al gauw om jouw eigen vorm te projecteren op die de ander. Wanneer je dan gaat proberen die jaloezie te bestrijden met de middelen die voor jóu zouden werken kan het effect makkelijk averechts zijn. Bijvoorbeeld, als je jezelf gevoelig ben voor angstjaloezie en je partner voor communicatiejaloezie, dan zou je neigen kunnen zijn om uit goede bedoelingen informatie te verzachten terwijl je partner juist op brute eerlijkheid zit te wachten. Ook het verwarren van ego- en concurrentiejaloezie kan helemaal verkeerd uitpakken.
Het gesprek aangaan en elkaar willen begrijpen is in alle gevallen de eerste stap op het pad om tot elkaar te komen.
Voetnoot
* Anapol gebruikt het begrip ‘exclusion jealousy’ dat ik hier vertaald heb in ‘schaarstejaloezie’ dat de lading beter lijkt de dekken dan zoiets als ‘uitsluitingsjaloezie’.
Redactioneel
Het einde van het jaar nadert weer. Traditiegetrouw een periode om te vieren met familie en geliefden, om te verbroederen, om terug- en vooruit te kijken. Hoe is dat anders als je meerdere geliefden hebt, met wie breng je de feestdagen door? Hier proberen we wat licht op te laten schijnen in dit themanummer.
Bijbel promoot overspel

Eindhovens Dagblad, 23 oktober 2015
De beroemde ‘slechte’ bijbel uit 1631 wordt in november geveild bij Bonhams in Londen. In het uiterst zeldzame Engelse boekwerk staat een wereldberoemde misdruk. Dat bericht The Guardian. Tussen ‘Gij zult niet doden’ en ‘Gij zult niet stelen’, staat het zevende gebod: ‘Gij zult overspel plegen’. Alleen al het ontbreken van het woord ‘niet’, maakt de bijbel uniek. Pas een jaar nadat de eerste duizend exemplaren waren gedrukt, kwam de fout aan het licht. De drukkers werden voor het gerecht gesleept. De oplage moest worden vernietigd, maar naar verluidt hebben tien exemplaren dat overleefd.

Zie ook the Guardian
A letter to the women who sleep with my man
bron: The Yellow Side of Life
Grandmothers drove evolution of monogamy
bron ABC Science
More than Two – signeersessie & discussie met de auteurs

Eve Rickert and Franklin Veaux, de auteurs van het uitstekende polyamorie boek More Than Two en the Game Changer, zijn op 24 en 25 oktober in Leiden en Utrecht voor een discussie en signeersessie. De bijeenkomsten zijn in het Engels.
Leiden
Tijd: 14.00-16.00u
Locatie: Mayflower Bookshop, Breestraat 65, 2311CJ Leiden.
Na afloop borrel in de North End English pub, Noordeinde 55, Leiden
Utrecht
Tijd: 20.00u
Locatie: Savannah Bay, Telingstraat 13, 3512 GV Utrecht
Meer informatie en aanmelden via deze link. Het aantal plaatsen is beperkt dus wees er snel bij.
Bertrand Russell
Bertrand Russell (1872–1970) Britse intellectuele duizendpoot: filosoof, logicus, wiskundige, historicus, links-politiek activist, atheïstisch rationalist, schrijver en nobelprijswinnaar.
Als schrijver heeft hij de filosofie gepopulariseerd en commentaren geschreven over vele onderwerpen. Hij vervolgde een familietraditie van politiek activisme, was langdurig verbonden aan de Labour-partij, was een prominent pacifist en anti-oorlogsactivist
Velen beschouwen hem als de belangrijkste filosoof van de 20e eeuw.
Een liberale jeugd
Bertrand wordt geboren in 1872 in Wales als zoon van een liberale, adelijke en invloedrijke familie. Zijn ouders, burggraaf en bruggravin Amberley, zijn voor hun tijd radicaal liberaal. Zo stemt zijn vader in met de relatie tussen zijn vrouw en de leraar van zijn kinderen. Ook zijn zij pleitbezorgers van voorbehoedsmiddelen, iets wat in de tijd ongehoord is. Zijn grootvader van vaderskant, John Russell, is minister president geweest onder koningin Victoria. Zijn grootmoeder van moederskant is een voorvechter van onderwijs voor vrouwen. Als Bertrand 3 jaar oud is wordt hij wees en wordt opgevoed door zijn grootouders van vaderskant, vooral door zijn grootmoeder. Ondanks dat zij streng religieus is, is ook zij sociaal progressief. Haar favoriete bijbelvers “Gij zult de menigte in het kwade niet volgen” (Ex 23:2) wordt ook het levensmotto van de atheïstische vrijdenker Bertrand. Zijn jeugd is desondanks eenzaam en niet erg gelukkig. Hij is regelmatig depressief en verdiept zich vooral in wiskunde, religie en poëzie.
Briljant wiskundige en filosoof
In zijn academische werk richt Russell zich in eerste instantie op de meetkunde maar al gauw verlegt hij zijn aandacht naar de fundamenten van de wiskunde. In 1903 publiceert hij The Principles of Mathemetics. Hierin betoogt hij dat wiskunde en logica hetzelfde zijn. Tussen 1910 en 1913 publiceert hij samen met Whitehead het driedelige Principia Mathematica. Deze werken maken hem beroemd als wiskundige en logicus. Zijn invloed als wiskundige is groot. Het zijn juist deze werken die de inspiratie vormn voor Gödel’s later Onvolledigheidsstelling. Later is Russell de promotor van Ludwig Wittgenstein en inspireert hem tot diens beroemde Tractatus Logico-Philosophicus.

Links-radicaal politiek activist
In zijn tijd als premier van het Verenigd Koninkrijk weigerde Bertrand’s grootvader John, als overtuigd liberaal, de uitlevering van de revolutieprediker Karl Marx aan Pruisen met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Bertrand Russell zelf wordt een vurig socialist, maar blijft zich beroepen op de liberale traditie van zijn familie. Russell is geen marxist maar een reformist: hij ziet het socialisme als de ethische roeping voor alle mensen, ongeacht klasse. In 1920 bezoekt Russell de jonge Sovjet-Unie en ontmoet hij Lenin. Zijn enthousiasme over het socialistische project zoals het daar in praktijk wordt gebracht, bekoelt al gauw. Na zijn terugkeer omschrijft hij Lenin als een sadist die met duidelijk plezier vertelt over het uitmoorden van de koelakken.
Russell is ook een overtuigd pacifist. Hij protesteert tegen de Eerste Wereldoorlog, wat hem op een half jaar celstraf komt te staan. Al eerder leiden zijn opvattingen tot ontslag uit zijn lectoraat bij de Universiteit van Cambridge. Tijdens de Tweede Wereldoorlog toont hij zich uiteindelijk toch voorstander van Britse inmenging. Hij gebruikt hiervoor het begrip “relatief pacifisme”: oorlog is altijd slecht, maar in zeer uitzonderlijke gevallen is het het minste van meer kwaden en is het gerechtvaardigd. Russell keert zich ook samen met onder meer Albert Einstein tegen nucleaire bewapening. Tijdens de Vietnamoorlog roept hij samen met o.a. Jean-Paul Sartre een Vietnamtribunaal in het leven.
Tot op hoge leeftijd blijft Russell politiek actief. Drie dagen voor zijn dood publiceert hij nog een brief met een veroordeling van Israëls’ politiek die hij kenmerkt als een “politiek van agressie en gebiedsuitbreiding door geweld”.
Marriage and Morals
Ook op het gebied van de ethiek is hij vooruitstrevend en invloedrijk. In 1929 publiceert Russell zijn opzienbarende en controversiële boek, Marriage and Morals. Dit boek is onmiddellijk een standaardwerk voor de seksuele revolutie en in het bijzonder in de strijd tegen de Victoriaanse moraal. In dit boek betoogt hij dat seksuele trouw niet verlangd moet worden in een huwelijk, dat ontrouw geen reden moet zijn voor scheiding en dat jaloezie niet op zijn plaats is. Het moderne leven zoals dat zich in zijn tijd ontwikkelt geeft meer mogelijkheden en verleidingen om anderen te ontmoeten en dat is een goede zaak. Volgens Russell zijn monogamie en jaloezie instincten die niet bijdragen tot geluk. Jaloezie is een beklemmende en vijandige emotie, in tegenstelling tot een genereuze en bevrijdende emotie zoals liefde. Monogamie is een nodeloze, ongewenste beperking van de menselijke aard. Jaloezie en monogamie kunnen ook gemakkelijk door creativiteit en intelligentie overwonnen kunnen worden. Vrije, beschaafde mensen zijn over het algemeen dan ook niet monogaam. Wel is het huwelijk in zijn ogen een goede omgeving voor het opvoeden van kinderen. Die zijn niet gebaat bij een serie van scheidingen. Tolerantie ten opzichte van buitenechtelijke relaties draagt bij aan de noodzakelijke stabiliteit van het huwelijk.
Russell stelt daarom een open huwelijk voor, zonder jaloezie, waarin plaats is voor relaties voor anderen. Hiervoor moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden: gelijkwaardigheid, wederzijdse vrijheid, gedeelde waarden en volledige fysieke en emotionele intimiteit.
Volgens Russell zelf was Marriage and Morals het boek waarvoor hij in 1950 de Nobelprijs voor Literatuur ontving.
Dynamisch huwelijksleven
Russels eigen liefdesleven verloopt niet helemaal volgens zijn eigen idealen.
Nadat hij in 1890 gaat studeren ontmoet hij vrij snel Alys Pearsall Smith. Hij is dan 17 jaar. Ze trouwen in 1894 maar in 1901 valt hun huwelijk in feite uit elkaar omdat Bertrand bekent dat zijn liefde voor haar verdwenen is. Bertrand heeft vervolgens veelvuldige en vaak gelijktijdige gepassioneerde relaties met verschillende vrouwen waaronder de actrice Constance Malleson en Ottoline Morrell, die zelf ook vele minnaars heeft en met wie Bertrand een lange relatie zal houden. Uiteindelijk scheiden Bertrand en Alys pas in 1921, als hun huwelijk allang tot een formaliteit verworden is.
Op dat moment heeft Bertrand al twee jaar een relatie met Dora Black, een Britse schrijfster, feministe en socialistisch activiste. Dora is op dat moment 6 maanden zwanger van hem en ze trouwen zes dagen na zijn scheiding. In eerste instantie is Dora tegen een huwelijk, een instituut dat in haar ogen bijdraagt aan de onderdrukking van vrouwen. Ze krijgen samen twee kinderen.
Volgens sommigen heeft Bertrand in deze periode ook een relatie met Vivienne Haigh-Wood, schrijfster en de vrouw van T.S. Elliot. Ook Dora is overtuigd niet-monogaam en heeft onder meer een relatie met Griffen Barry. Wanneer Dora zwanger wordt van Griffen’s tweede kind moet Russell erkennen dat hij niet immuun is voor deze situatie en dat de spanning in hun huwelijk te hoog wordt. In 1932 gaan Dora en Bertrand uit elkaar. Hij gaat dan samenwonen met Patricia Spence met wie hij in 1936 trouwt en een zoon krijgt. Ook dit huwelijk is echter niet erg gelukkig en ze scheiden in 1952. In dat jaar trouwt Bertrand voor de vierde keer, deze keer met Edith Finch die hij al sinds 1925 kent. Zij blijven samen gelukkig tot Bertrands dood in 1970. Op 98-jarige leeftijd sterft hij aan de gevolgen van de griep.
Bronnen
Wikipedia
Historical Dictionary of Bertrand Russell’s Philosophy, Rosalind Carey & John Ongley
The Life of Bertrand Russell, Ronald Clark
Hoekstenen van de poly-ethiek
Ethiek is de geuzenvlag waarmee polyamoristen zich wensen te onderscheiden van het stiekeme gedoe van de vreemdgangers en het trouweloze gejaag van de schuinsmarcheerders. Nonmonogamisten zijn er in soorten en maten. De portretten van beroemde nonmonogamisten vormen een bonte verzameling waarvan de ene een veel ethischer beeld oproept dan de andere. Waar zit dat verschil dan precies in?
We gebruiken heel wat termen om het onderscheid tussen ethisch en onethisch te duiden: wel of geen openheid, eerlijkheid, instemming, respect, verantwoordelijkheid of trouw om er maar een aantal te noemen. Al eerder viel het me op dat veel van die termen in de praktijk helemaal niet zo duidelijk zijn en soms zelfs in tegenspraak met zichzelf. Verder zetten de portretten van met name de koninklijke hoogheden mijn collega auteur en mij aan tot denken over de rol van macht, gelijkwaardigheid en symmetrie. Zij zal daar waarschijnlijk binnenkort in een ander artikel op ingaan.
Als aanvulling op de portretten zijn we nu aan het nadenken over een ‘nonmonomaatlat’ waarmee we de beroemde nonmonogamisten wat systematischer kunnen vergelijken, onder andere op hun ethisch gehalte. (De feministische lezer ontgaat hier ongetwijfeld niet de knipoog naar de ‘feministische maatlat’ waarlangs de Opzij jarenlang prominente Nederlandse mannen gelegd heeft.) Nu geldt, hoe relevanter en hoe eenduidiger de criteria die je meet, hoe bruikbaarder de maatlat. Eenduidigheid vraagt het vermijden van dubbele betekenissen en overlap. Dat betekent je de criteria zorgvuldig moet kiezen en hun aantal zo klein mogelijk moet houden. Alle andere relevante aspecten kunnen daar vervolgens van afgeleid of aan getoetst worden. Met andere woorden; we zijn op zoek naar de hoekstenen van de ethiek voor polyamoureuze en andere nonmonogame relaties.
Daarmee is dit artikel géén poging om die ethiek uitputtend te beschrijven en bevat het ook géén spelregels hoe die in de praktijk is te brengen. Mijn collega heeft pasgeleden geprobeerd dat laatste kort en bondig samen te vatten. Integendeel, hier probeer ik tot de kern te komen van wat een polyamoureuze relatie ethisch maakt. Niet uitputtend, maar juist op zoek naar de minimale set van eisen.
Na verschillende worstelingen en experimenten kom ik op het volgende voorstel voor deze ethische hoekstenen als basis voor polyamoreuze relaties: wederkerigheid, vrijheid, consent en eerlijkheid. Allerlei andere normen en spelregels zijn naar mijn mening op deze vier criteria terug te voeren.
Wederkerigheid
De grondslag van de praktische ethiek in vrijwel alle culturen is de ‘gulden regel’: Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden. We herkennen die regel in de aloude spreekwoorden “Wat Gij niet wilt dat U geschiedt, doet dat ook een ander niet” en “Wie goed doet, goed ontmoet” en in de bijbelse variant daarvan “Heb Uw naaste lief gelijk Uzelf”. De gulden regel komt niet per sé voort uit hoogverheven idealen maar is vooral ook ‘praktisch’ en gaat uit van wederkerigheid of reciprociteit: de verwachting of sociale verplichting dat in een relatie een positieve actie beantwoord wordt met een positieve tegenactie. Positief gedrag wordt hierdoor (uiteindelijk) beloond. Wederkerigheid heeft betrekking op alle vormen van relaties, niet alleen liefdesrelaties. Consequente wederkerigheid komt uiteindelijk de hele maatschappij ten goede. Omgekeerd, een relatie zonder (positieve) wederkerigheid leidt tot negatieve wederkerigheid met verslechtering of beëindiging van de relatie tot gevolg. Een betekenisvolle liefdesrelatie zonder wederkerigheid is daarmee onmogelijk, zowel monogaam als polyamoreus.
Vrijheid
Hèt grote onderscheid met monogamie is de vrijheid die polyamorie laat om naar eigen keuze liefdesrelaties te onderhouden, al dan niet inclusief seksualiteit. De wederkerigheid indachtig betekent dat je aan je partner(s) ook diezelfde vrijheid gunt. En als jij je partner vrijheid gunt mag ook jij die verwachten. De mens is een vrij, autonoom en authentiek wezen. Mensen zijn niet elkaars bezit, ze worden niet gedwongen tot elkaar te komen of bij elkaar te blijven maar kiezen in vrijheid, iedere dag weer, voor elkaar. Ook je eigen interne vrijheid is belangrijk: in hoeverre voel je jezelf vrij? Leven in een zelf opgelegde onvrijheid zet je eigen authenticiteit onder druk.
Consent
Ongebreidelde vrijheid brengt echter een groot risico met zich mee. Wat blijft er immers over van een relatie als partners in alle vrijheid, zomaar hun gang gaan, zonder rekening te houden met hun partner? Als keer op keer bedenkingen en bezwaren aan de kant geschoven worden in naam van de vrijheid? Ook partners zijn mensen met behoefte aan erkenning en met gevoelens van onzekerheid en jaloezie. Een relatie is geen lang, of in ieder geval geen gezond, leven beschoren als niet zorgvuldig mee omgegaan wordt met deze gevoelens. Binnen de polyamorie wordt daarom groot belang gehecht aan consent, oftewel instemming, van de betrokken partners. Partners maken afspraken met elkaar. Ook hier komt de wederkerigheid om de hoek kijken. Wanneer jij rekening houdt met gevoeligheden van je partner mag je er op rekenen dat er ook met die van jou rekening gehouden wordt. Waaróver precies afspraken gemaakt dienen te worden hangt helemaal af van de betrokkenen. Het komt vaak voor dat beginnende polyamoristen graag veel afspraken maken, ter beteugeling van de eigen onzekerheid, maar dat gaandeweg, wanneer het (zelf)vertrouwen is toegenomen, het aantal afspraken verminderd.
Het hoeft geen betoog dat ‘vrijheid’ en ‘consent’ gemakkelijk op gespannen voet met elkaar kunnen staan. ‘Volledig vrij’ laat zich immers lastig combineren met de beperking die afspraken nu eenmaal met zich meebrengen. Dit is dan ook de grootste uitdaging die polyamoristen tegenkomen. Gelukkig zijn er veel manieren ontwikkeld om dat toch voor elkaar te krijgen. Een samenvatting daarvan gaat te ver voor dit artikel maar elders op deze site staat een uitgebreid overzicht van goede boeken hierover. Uitzonderlijk is zo’n spanningsveld tussen kernwaarden overigens niet. Zo komen ook geregeld de grondrechten van vrijheid van meningsuiting en het verbod op discriminatie met elkaar in conflict. Toch willen we ze geen van beiden opgeven en zoeken, soms met moeite, steeds naar wegen om ze allebei tot hun recht te laten komen.
Eerlijkheid
Vrijheid en consent worden allebei mede ingegeven en versterkt door wederkerigheid. Als bindende factor voor ethische basis is dat echter nog niet genoeg. Als jij de ander behandelt zoals je zelf behandeld wilt worden zou dat misschien weleens niet kunnen zijn hoe je partner behandeld wil worden. Je partner is immers een ander, uniek mens. De laatste hoeksteen is daarom eerlijkheid. Eerlijk zijn over je eigen behoeften en wensen, zowel naar jezelf als naar de ander, is essentieel om tot zinvolle afspraken te komen. Verborgen agenda’s ondermijnen die alleen maar. Hoe kan een partner instemmen met iets dat verborgen blijft? Als je iets verbergt, zoek je daar niet de toestemming voor. Oneerlijkheid is fnuikend voor het onderling vertrouwen. En tenslotte, als zaken niet gezegd mogen of durven worden, hoe vrij ben je dan eigenlijk? ‘Brute eerlijkheid’ is niet eenvoudig maar wordt onder polyamoristen als essentieel gezien. Omgekeerd helpt eerlijkheid erg om het vertrouwen tussen partners te versterken waardoor het makkelijker wordt om elkaar vrijheid te gunnen en op een verstandige, niet te beperkende, manier afspraken te maken.
Deze vier hoekstenen hebben een wat complex onderling krachtenspel. Tussen vrijheid en consent bestaat een spanning; voor het overige versterken ze elkaar onderling. Tesamen vormen ze het fundament voor een ethische nonmonogame relatie.
Andere factoren
De stelling van dit artikel is dus dat wederkerigheid, vrijheid, consent en eerlijkheid de kern-criteria om het ethische gehalte van polyamoreuze relatie aan af te meten. Maar dit zijn natuurlijk lang niet de enige factoren die het succes van een polyamoureuze relatie bepalen. Hoe zit het dan daarmee? Ik loop er een aantal langs.
Openheid is ontegenzeggelijk heel belangrijk maar het begrip heeft nogal wat overlap met eerlijkheid en voegt daarom als extra criterium niet zoveel toe. Een verschil met eerlijkheid is dat ‘openheid’ wat meer een openheid naar de omgeving suggereert. Dat is niet onbelangrijk maar het is niet per sé nodig voor een ethische relatie tussen mensen onderling. Een relatie die voldoet aan alle kerncriteria, waar buitenstaanders niet vanaf weten is niet minder ethisch dan eentje die zich in de openbaarheid afspeelt. Daarom is openheid minder geschikt als hoeksteen dan eerlijkheid.
Respect: zoals ik eerder beschreven heb is ‘respect’ een gecompliceerd begrip met nogal verschillende betekenissen die in de praktijk zelfs tot tegengesteld gedrag kunnen leiden. Dat maakt het erg lastig bruikbaar als eenduidig criterium. Verder worden de relevante aspecten van ‘respect’ ook al afgedekt door ‘eerlijkheid’ en ‘wederkerigheid’. Niet geschikt als hoeksteen dus.
Vanuit een algemeen ethisch besef ontstaat vaak een houding van verantwoordelijkheid. Je wordt geacht je verantwoordelijk te voelen voor je omgeving en voor degenen die je lief hebt. Wederderigheid ligt hier aan de basis. Toch is ook verantwoordelijkheid een weinig eenduidig en daarmee lastig te gebruiken criterium voor nonmonogame relaties. Immers, met name in spirituele kringen wordt vaak benadrukt dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen emoties. In die redenering dient het ware geluk in jezelf gezocht en niet van een ander verwacht te worden. Dit vertaalt zich in een sterke nadruk op vrijheid. Voor wie of wat moet je dan eigenlijk precies verantwoordelijk zijn? Zelf houd ik het er op dat je wel verantwoordelijkheid draagt voor wat je doet maar niet hoe een ander daar op reageert. Hoe dan ook, verantwoordelijkheid is een begrip met meerdere invullingen en daarmee zelf niet geschikt als hoeksteen. Wel worden de belangrijkste aspecten ervan al afgedekt door de vier hoekstenen.
Dé hoeksteen van de monogame ethiek is trouw. De nadruk daarop is zo sterk dat ’trouw’ en ‘monogaam’ soms als synoniemen gebruikt worden. Echter, ook veel polyamoristen voelen zich ’trouw’ in de zin dat ze loyaal en eerlijk zijn naar hun partners en vaak net zulke langdurige relaties hebben als monogamisten. Vanuit de spirituele hoek wordt ’trouw’ met enige regelmaat ingevuld als ’trouw aan mezelf’ wat weer een sterke overeenkomst heeft met ‘vrijheid’. Door al die verschillende betekenissen is ook ’trouw’, hoe belangrijk ook, niet geschikt als eenduidig criterium.
Gerelateerd aan trouw zijn duurzaamheid en stabiliteit. De belofte ’tot de dood ons scheidt’ legt een zware nadruk op de lengte van een relatie. Hoe langer, hoe beter. De vraag is echter of ‘duur’ wel een maat voor kwaliteit is. Zijn we puur door langer bij elkaar te blijven gelukkiger of ethischer? Wat als we ondertussen elkaar de tent uitvechten, elkaar bedriegen of op emotionele armlengteafstand langs elkaar heen leven? Niet echt nastrevenswaardig. Omgekeerd kan het wel werken: hoe ethischer we met elkaar omgaan, hoe meer en hoe langer de relatie voor beiden geluk en energie kan brengen waardoor die vanzelf duurzamer en stabieler wordt. Meer een resultaat dus dan ethische hoeksteen.
De portretten leverden ons veel voorbeelden van nonmonogame relaties waarin een verschil in macht een grote rol speelt. Onethisch gedrag van de ‘machthebber’ is schering en inslag. De gelijkwaardigheid, balans en symmetrie tussen de partners komen dan makkelijk in het gedrang. Zoals gezegd is mijn collega auteur van plan hier binnenkort een apart artikel aan te wijden. Voor dit artikel staat de vraag centraal in hoeverre deze begrippen geschikte criteria zijn om het ethisch gehalte van een relatie af te meten. Mijn stelling is dat dat niet het geval is. Op de eerste plaats is een deel van de betekenis al gevangen in ‘wederkerigheid’. Verder zijn gelijkwaardigheid, balans en symmetrie in de praktijk lastig hanteerbaar als maatstaf. De begrippen suggereren immers dat de inbreng van partners in een relatie op enigerlei wijze gemeten en tegen elkaar afgewogen zou kunnen worden. Partners zijn echter heel verschillend en dus hun inbreng ook. Het is vaak appels met peren vergelijken. Wie bepaalt wat ‘gelijkwaardig’ is? De begrippen worden helemaal een lastig begrip in BDSM-relaties waar machtsuitwisseling juist centraal staat. Raven Kaldera wijdt een heel boek aan een poging om te laten zien hoe dergelijke relaties toch ethisch kunnen zijn. Een nonmonogame relatie met machtsverschillen kan daarom wel degelijk ethisch zijn, al vergt het nogal wat extra aandacht. Het is daarbij zaak om te kijken in hoeverre die verschillen effect hebben op de vier hoekstenen. Behandelt de machtige partner de ander op de manier zoals die zelf behandeld wil worden? Gaat de machtige partner gewoon zijn gang of vraagt die instemming? Is de machtige partner altijd eerlijk? In hoeverre is de onderliggende partner ook vrij om andere relaties aan te gaan?
Samengevat, wederkerigheid, vrijheid, consent en eerlijkheid zijn de hoekstenen die het ethisch gehalte van polyamoreuze en andere nonmonogame relaties bepalen. In een volgend artikel probeer ik dit uit te werken tot een ‘nonmonomaatlat’ deze relaties systematisch met elkaar te kunnen vergelijken.
Katrien Duck
Katrien Duck werd geboren in 1940 in de studios van Walt Disney als het vriendinnetje van de zes jaar oudere Donald Duck. De gedeelde achternaam en treffende gelijkenis doen een incestueuze relatie vermoeden maar volgens de officiële familieanalen zijn ze geen bloedverwanten. Er zijn speculaties dat ze wel op enigerlei wijze aangetrouwde familie zijn, hetgeen de reden zou zijn dat Donald’s neefjes Kwik, Kwek en Kwak haar ’tante’ noemen.
In haar jonge jaren is Katrien een nogal flirterig, opgedoft maar wel elegant meisje. Tegelijkertijd is ze de wat meer ontwikkelde, intelligentere en verstandige versie van Donald. Ondanks dat ze zelf haar driftbuien heeft roept ze de humeurige Donald regelmatig tot de orde. Haar precieze daginvulling in de begintijd blijft wat onduidelijk. Ze lijkt vooral veel tijd door te brengen met haar vriendinnen van de Duckstadse Damesclub. Gaandeweg ontwikkelt ze een eigen carriëre. Zo treedt ze bijvoorbeeld soms op als verslaggever. Sinds 1999 heeft ze in Nederland haar eigen tijdschrift. In de laatste decennia gaat het leeuwendeel van haar tijd op aan de actes de presence die ze geeft bij alle parades in de diverse disneyparken verspreid over de wereld.
Katrien en Donald
De relatie tussen Katrien en Donald is complex, gelaagd en op sommige punten onduidelijk. Aan de oppervlakte speelt zich een ingewikkeld spel af waarin aantrekken, afstoten, liefde en haat elkaar in hoog tempo (tenminste wekelijks) afwisselen. Katrien stelt hoge eisen waaraan Donald lang niet altijd kan of wil voldoen. Desondanks is er een blijvende, diepe genegenheid voor elkaar voelbaar. Ze zijn nooit samen gaan wonen maar weten zich altijd in elkaars nabijheid. In hun jonge jaren heeft Katrien nog enige concurrentie van Donna Duck maar later kiest Donald onvoorwaardelijk voor Katrien.
Katrien en andere mannen
Katrien is niet zo monoamoureus. Op verschillende momenten valt ze voor de charme van andere mannen. Zo wordt ze bijvoorbeeld in 1949 verliefd op de gewichtheffer Hercules. Dit zeer tot schrik van Donald die prompt zijn spiermassa gaat opkrikken wat hem op zijn beurt weer belachelijk maakt in de ogen van Katrien.
Driehoeksrelatie met Guus
De meest ingrijpende invloed op het liefdesleven van Katrien en Donald komt echter van Donald’s neef Guus Geluk. De succesvolle en flamboyante Guus is in veel opzichten Donald’s tegenhanger en ook hij dingt naar de gunsten van Katrien. Katrien is daar bepaald niet ongevoelig voor en gaat ook met hem een relatie/vriendschap aan; de driehoeksrelatie is een feit. Dit is zeer tegen de zin van Donald en rivaliteit tussen hem en Guus is groot. In de strijd om de gunst van Katrien is niets hen te dol om elkaar af te troeven of belachelijk te maken. Katrien wentelt zich in de aandacht van beide mannen en laat zich vooral door de fortuinlijke Guus graag in de watten leggen. Deels lijkt dit ook een wat sinister spel van Katrien waarin ze beide mannen bewust tegen elkaar uitspeelt. Op de momenten waar het echt op aan komt, kiest ze voor Donald. Diep in haar hart vindt ze Guus lui en oppervlakkig. Echter, Guus’ aandacht voedt haar ego en geeft haar een instrument in haar haat-liefderelatie met Donald.
Seksloos door het leven?
Door het uiterst strakke mediabeleid van Disney is er, ook na meer dan 70 jaar, niets uitgelekt over het seksleven van Katrien Duck. Waarschijnlijk ter bescherming van het eigen marktaandeel wordt de illusie hooggehouden dat Ducks seksloos door het leven gaan. De indruk moet blijven dat Katrien’s dynamische liefdesleven zuiver platonisch blijft. (Dit kuise imago kan overigens niet voorkomen – of is er misschien juist de oorzaak van – dat Katrien een dankbare prooi is voor de adult entertainment industrie).
Epiloog
Katrien is onverslijtbaar. De tand des tijds krijgt geen vat op haar. Ook haar relaties met Donald en Guus blijven, in al hun complexe dynamiek, zeer stabiel. De driehoeksrelatie duurt al ruim 70 jaar en vertoont zelfs na al die tijd nog geen tekenen van slijtage.
Zij leven nog lang en redelijk gelukkig.
Bronnen
wikipedia (Nederlands en Engels)
Donald Duck – een vrolijk weekblad, jaargangen 1966-1972 en 2004-2014






