Alles voor de reis
Door: Adriaan van Dis
Een man verblijft bij zijn geliefde in het hospice, tijdens haar laatste weken. We worden meegenomen in hun gesprekken en in de stiltes, in het terugblikken en in het vertellen wat niet eerder verteld werd. En we lezen hoe de Verteller omgaat met het bestaan van de andere relatie die zijn geliefde al die jaren heeft gehad.
Jaar: 2026
Uitgever: Atlas Contact
ISBN: 9789025478612
Een man verblijft bij zijn geliefde in een hospice tijdens haar laatste weken. In hun gedachten en in hun gesprekken gaan zij op reis. Ze bezoeken plaatsen waar zij eerder waren, als collega’s en als geliefden.
We worden meegenomen in hun gesprekken en in de stiltes, in het terugblikken en in het vertellen wat niet eerder verteld werd.
Van Dis schreef het boek na het overlijden van Ellen Jens met wie hij een relatie kreeg toen zij de producent was van het tv-programma Hier is… Adriaan van Dis. Hun relatie duurde tot aan haar overlijden, achtendertig jaar later. Gedurende al die tijd had Jens ook een relatie met acteur en kunstenaar Wim T. Schippers, met wie zij samenwoonde.
Toch kan het boek niet zonder meer als autobiografie worden gezien. Van Dis schrijft hierover in zijn nawoord:
Omdat de vragen is het echt gebeurd? en wie is wie? steeds vaker hijgerige vormen aannemen, moet ik de speurneuzen wederom teleurstellen. Alles is waar behalve wat ik heb verzonnen. […] Om ruimte te geven aan de magie heb ik de werkelijkheid meer dan eens op reis gestuurd.
In verschillende interviews die Van Dis heeft gegeven zit wel enige ambivalentie. Soms worden verhaal en werkelijkheid strikt gescheiden, op andere momenten worden vragen over het verhaal beantwoord vanuit zijn eigen leven of andersom. Daarover straks meer, maar laten we ons eerst richten op de romanfiguren: de Verteller en zijn geliefde Eefje.
Wat maakt een liefde tot liefde? De Verteller neemt ons mee naar zwemmen in zee en zoute zoenen, naar de reizen die ze samen maakten, naar de schrijvers die ze opzochten om te interviewen, soms met en soms zonder succes. Hij vertelt over over noten zelf kraken zodat je er minder van eet, over hoe ze er voor zorgde dat hij bleef schrijven, over geen winden en boeren mogen laten, en dat terwijl je boerend het alfabet kunt opzeggen. Moeiteloos springt het verhaal heen en weer tussen deze herinneringen en het heden in het hospice: de juiste stand vinden voor de pomp van de anti-doorligmatras, wijn drinken uit theekopjes om de verpleging te misleiden, de strelingen en de knuffels, rekening houdend met haar pijn en breekbaarheid. En vooral: de verhalen die ze elkaar vertellen, de reizen die ze overdoen, de gemiste kansen die ze nu wel benutten, liggend in bed, de ogen dicht, de hand van de één op de arm van de ander. Liefde verbindt, zij verbindt ook het kleurrijke en beweeglijke verleden met het stille, vertraagde heden.
Maar:
Er zat ook een bittere kant aan onze liefde. Er was een Ander.
Eefje deelde ons. Deelde zichzelf. Gekliefde liefde.
Voor de Verteller is dat moeilijk te aanvaarden.
‘Kies’, zei ik keer op keer. ‘Nu doe je twee mensen pijn. Drie! Jezelf nog het meest. Kies. Voor hem. Voor mij. Maar kies.’ En hup, op mijn knieën: trouw met mij, trouw met mij. Slecht toneel. Meestal na het derde glas. Vaak lachte ze me uit.
Het was onbespreekbaar voor Eefje. De Ander was verboden gebied. Zoveel was duidelijk:
Een scheiding zou de Ander verwonden. Of erger: hij dreigde met erger…
Duidelijk is dat ook de Ander Eefje voor zich alleen wilde:
‘Liefje’, liet ik me daags na onze ‘eerste keer’ ontglippen, in aanwezigheid van de Ander. ‘Er is hier maar één liefje,’ zei hij, ‘en dat ben ik’. Hij duwde me nog net niet het huis uit. Het was de laatste keer, wij drietjes in één kamer.
Het is niet meer goed gekomen. Tijdens de weken in het hospice is de Verteller bij Eefje, behalve één uur per dag, als de Ander op bezoek komt. En na haar overlijden krijgt de uitvaartondernemer de opdracht om de Verteller en de Ander bij de crematieplechtigheid uit elkaar te houden. Geen van beiden voerde het woord; dat werd door anderen gedaan.
De Verteller wilde Eefje voor zich alleen hebben. Bij mij rijst de vraag: wat zou de achtergrond zijn? Was dit werkelijk zijn verlangen of werd het ingegeven door de in onze samenleving heersende overtuiging dat het zo hoort, dat een relatie pas echt is wanneer zij exclusief is? Uit het boek wordt hierover niet veel duidelijk. Het ’trouw met mij’ heeft tot het laatst geklonken, ook in het hospice, maar ook heeft de Verteller meermaals voorgesteld dat zij met z’n drieën zouden gaan wonen. Dat laatste wordt één keer beschreven en voor mij is daarbij niet duidelijk geworden of dat een serieuze gedachte was of een ironische opmerking.
In interviews heeft Van Dis zich er wel over uitgelaten:
Het is ons nooit gelukt om er met elkaar over in gesprek te gaan, om tot een gezamenlijkheid te komen, hoewel mij dat een prachtig idee lijkt.
En:
Waarom zou een vrouw niet van twee mannen kunnen houden?
Hieruit spreekt bereidheid om te aanvaarden dat zijn geliefde ook een andere relatie heeft. Hoe zou het zijn wanneer dat gesprek wel mogelijk geweest zou zijn en wanneer alle drie de betrokkenen het bestaan van meer relaties naast elkaar als iets heel gewoons zouden kunnen aanvaarden? Wanneer zij in alle openheid zouden kunnen onderzoeken hoe beide relaties zich tot elkaar verhouden en hoe elk van de drie rekening kan houden met beide anderen?
Hypothetische vragen, ik weet het. Vragen waarop we geen antwoord zullen krijgen. Maar toch, ze dringen zich aan mij op. Ik zou hen drieën zoveel meer vrijheid gunnen, zoveel meer ontspanning in hun onderlinge verhoudingen. Ik zou hen gunnen dat de spanningen, het geforceerde zwijgen en de leugens niet nodig zouden zijn.
Ik merk dat deze bespreking tot nu toe vooral over het naast elkaar bestaan van de twee relaties gaat. Dat is ook wel logisch bij een bespreking voor een website over polyamorie. Maar laten we niet vergeten dat het bestaan van de Ander en alles wat daarmee te maken heeft, in het boek slechts enkele keren aan de orde komt. Het echte onderwerp van het boek is de liefde tussen Eefje en de Verteller.
Maar de belangrijkste reden waarom dat echte onderwerp hier maar beperkt ter sprake komt, is: hoe bespreek je liefde? Liefde kun je niet bespreken, liefde kun je alleen ervaren, en dat is wat dit boek geeft. Het laat je voelen hoe diep, hoe mooi, hoe vrolijk en sprankelend de liefde tussen de hoofdpersonen is. Mij heeft het meermaals teruggebracht naar de liefdes die ik zelf in mijn leven heb gekend, hoe verschillend die ook waren van de liefde tussen de Verteller en Eefje.
Daar ben ik de schrijver dankbaar voor.


Saskia Van der Palen zegt
Lijkt me een mooi boek. Bedankt voor het onder de aandacht brengen.